Plattelandslessen: van stedeling naar (Brandnetel)Boerin

Over verantwoordelijkheid, dieren en het leven leren zien zoals het echt is
Waarom deze blog?

Oké oké ik groeide op in een klein dorpje (Benthuizen), niet in de stad. Mijn ouders hadden een moestuin en kippen.  Oké oké mijn beste vriendinnetje woonde wel op een boerderij en het ene jaar speelden we in de bieten en het andere jaar mochten we mee in de kipper tijdens het oogsten van tarwe. Maar wat ik wel had was de luxe mindset: een warm huis en een toch vrij ‘stadse’ mentaliteit: ik dacht dat de wereld maakbaar was. Dat is nu heel anders. 

Wat ik duidelijk wil maken in deze blog is dat het verhuizen van stedelijke omgeving naar het platteland iets met je doet. Je gaat het leven anders zien, komt tot bepaalde inzichten. En ik denk dat dit ook is waarom er zoveel verdeling is tussen mensen uit de stad en mensen van het platteland: het zijn twee totaal verschillende wereldbeelden en we begrijpen elkaar gewoon niet terwijl beiden goede bedoelingen hebben. 

Ik schrijf dit omdat ik zie hoeveel mijn wereldbeeld veranderde door andere omstandigheden. Deels door mijn relatie met Henk (Henk is opgegroeid op het platteland met ouderwetse boerenwaarden en dat zorgt soms voor bijzondere discussies), onze reis over de balkan, maar nog veel meer door het verhuizen naar de polder 300 meter bij de Duitse grens vandaan. Het zou mooi zijn als we elkaar minder proberen te overtuigen en meer nieuwsgierig zijn naar de ervaringen die iemand hebben gevormd.

Nou goed, wat ben ik anders gaan zien? 

Brandnetelboerin met big

1. De Boer als dierenmishandelaar

Er is een tijdje geweest dat ik mezelf bijna aan wilde sluiten bij Extinction Rebellion. Ik was tegen het dierenleed, vegetariër en bijna veganist (ik at wel onze eigen kippeneieren). Maar sinds we in Drenthe wonen en ik bij heel veel boeren in de stal mocht kijken, denk ik: waar is het dierenleed dan? Het zijn echt de rotte appels die liefdeloos omgaan met hun dieren. De boeren die wij zagen zijn dol op hun dieren, en een dier geeft alleen als het gelukkig is, net als een mens. Een boer heeft helemaal geen baat bij slecht verzorgde dieren.

Nu moet ik wel zeggen dat ik het transporteren van dieren naar een slachthuis zie als dierenleed. Maar dat is dus juist ontstaan doordat mensen thuisslacht dierenmishandeling vonden (de ironie). 

Daarnaast ben ik ook tegen megastallen en dieren binnen opsluiten: een dier hoort op kleine schaal gehouden te worden. Ze horen vrij en in de zon te lopen: als ze dat niet doen zou ik ze ook niet opeten: niks gezond aan vlees van dieren die niet natuurlijk leven en ongelukkig zijn. Alleen wordt dat kleinschalige volgens mij nogal onmogelijk gemaakt door onze (r)overheid en de lange keten (long food supply chain). Daarom zijn wij ook zo’n fan van regeneratieve boerderijen (binnenkort meer hierover). 

2. Leven en laten leven, maar echt

Je hebt geen invloed op wat een ander doet door te zeuren. Je kunt enkel je eigen reactie kiezen en het juiste “voor” leven. Het heeft geen zin om een ander te overtuigen, iemand moet er zelf achter komen en dat gebeurt meestal alleen via voelen, niet via woorden. 

In ons geval: woon je naast een veld waar jaarlijks glyfosaat overheen gaat? Je kunt het niet stoppen, enkel proberen de wereld bewust te maken van de gevaren, en vervolgens te verhuizen als het je echt niet zint. Maak het stukje om je heen (waar dat wel kan) beter. Mensen komen er wel, zij het niet in dit leven, dan wel in een volgend rondje 😉 

En ook dat is wat veel plattelanders doen: ze maken er wat van voor zichzelf en houden zich bezig met hun eigen directe stukje. Niet of de overbuurman wel of geen auto wast op zondag of zijn huis schoon is (oke, oke die mensen ken ik ook). Want ze hebben zelf vaak al genoeg te doen. 

Waar het denk op neerkomt: de kunst is een ander niet te overtuigen van jouw wereldbeeld en de ander toch te respecteren. Er is niet maar één waarheid/zienswijze, en als die er is, is hij waarschijnlijk heel genuanceerd. En dat zie ik hier vaak gebeuren: andere mening? Best, iemand haalt zijn schouders op en denkt ‘succes dan met je leven’. 

3. Maakbaarheid is nep

Wat misschien nog wel het meeste veranderde, is mijn idee dat ik dingen onder controle heb als ik alles maar goed uitzoek en genoeg feiten verzamelde. Ik dacht altijd: als ik begrijp hoe het werkt, kan niemand mij wat maken en kan ik het sturen.

Bij zaaien, de moestuin, dieren: ik las veel en had best wat feitelijke kennis. Maar al die kennis is leuk, alleen in de praktijk loopt het vaak héél anders. Op het land wordt uiteindelijk veel bepaald door het weer, de bodem, het seizoen enzovoort. Je kunt je goed voorbereiden, maar het gaat zelden zoals het ‘hoort’. Het enige waar je dan echt wat aan hebt is ervaring, blijven kijken, je best doen en gewoon afgaan op wat op dat moment logisch en goed voelt.

Ik heb het idee dat veel mensen op het platteland dit van jongs af aan leren: als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat. Je werkt met wat er is. Terwijl ik zelf vroeger meer het idee had dat alles maakbaar is als je het maar slim genoeg aanpakt. En met dode materialen zoals stenen en staal kom je daar best ver mee. Maar met een levend ecosysteem werkt dat anders: ze trekt haar eigen plan en jij kunt alleen maar observeren en ondersteunen als mens. Dat geeft veel meer rust, bewondering en acceptatie in het leven. Ik kijk weer met respect naar alles wat leeft. Henk deed dat al door zijn opvoeding. 

4. Zelf verantwoordelijkheid nemen in plaats van afschuiven

In een stad is bijna alles wat je gebruikt losgekoppeld van waar het vandaan komt. Je koopt vlees in een plastic bakje en ziet het dier nooit. Je spoelt iets door en het is weg. Je gooit eten weg en het verdwijnt in een container. Je koopt iets nieuws en het oude verdwijnt. Het leven voelt daardoor schoner, overzichtelijker, maar je creëert ook afstand en raakt uit verbinding. Je ziet de gevolgen niet van wat je doet en consumeert. 

Op het land is die afstand er bijna niet. Je ziet waar je eten groeit en voelt de pijn van een mislukte oogst. Je ziet mest, modder, ziekte, geboorte en dood. Je ziet wat droogte doet, wat te veel regen doet, wat roofdieren doen. Je ziet dat niets gratis is en niets zonder gevolg. En dat verandert iets in hoe je kijkt.

Sommige idealen die ik vroeger had bleken onmogelijk in de praktijk.  Die idealen werden vervangen door een gevoel van verantwoordelijkheid. Niet (alleen) roepen hoe het zou moeten, maar omgaan met wat er echt ís. Verantwoordelijkheid nemen voor wat er onder je handen ligt. Niet enkel afgaan op ‘modellen’ die een computer van een ambtenaar heeft berekend, maar blijven kijken naar wat er in het dagelijks leven gebeurt. 

Ik denk dat dat misschien wel één van de grootste verschillen is in mensen: of je vooral ideeën over het leven hebt, of dat je dagelijks de gevolgen van leven zelf ziet en verantwoordelijkheid neemt voor je eigen stukje.

5. De dood is niet slecht en eng

De cyclus van het leven gaat door: dood, leven, dood. Leven, dood, leven: het is maar hoe je hem benoemt. Dit zie je terug in alles in de natuur: de bladeren sterven af, dat wordt mulch en geeft weer leven aan het bodemleven, wat weer doodgaat en daarna weer als voeding terugkomt, de boom wordt groot en sterk. Een mens slacht een kip, de kip geeft voeding, waarna het mens weer door kan gaan met dingen mooi maken. Net zoals vegetariër zijn: toen ik op kantoor zat ging dat prima, toen ik fysiek zwaarder werk ging doen liep ik tegen tekorten aan. Nu ben ik dankbaar voor de cyclus. Iedereen loopt zijn eigen pad en heeft behoefte aan iets anders. Leven en laten leven… 

Sinds we in Drenthe woonden, slachten we zo nu en dan een eigen kip. Ik vond het de eerste keer heeeel eng. Ik weet nog wel dat we ooit hanen weg brachten van kuikens bij mijn ouders en dat ik de avond dat ze geslacht zouden worden (door een kennis) de hele avond zat te huilen. “Het waren zulke goede hanen, huilie huilie”. Maar weet je wat hanen doen als je ze niet opruimt? Ze maken elkaar af, ik heb ernstige verwondingen gezien: juist omdat ik ze niet wilde laten slachten werd het alleen maar erger. Daarnaast verkrachten ze je kippen: tot het niet meer leuk is. In Drenthe was ik dus ook helemaal klaar met de hanen: dat hielp ook, op een gegeven moment worden (vooral mannetjes :p) dieren zeer hinderlijk. 

Toen het moment daar was legden de hanen nog net niet zelf hun kop neer: het was helemaal geen strijd. Ze gingen vredig en in rust. Sindsdien eet ik weer vlees zonder schuldgevoel. Dieren vinden het niet erg om te sterven als je goed voor ze zorgt en ze uitlegt wat er gebeurt: je moet met eerbied, liefde, dankbaarheid, ritueel, en respect slachten en dan is alles ok. Of dit ook zo gaat bij grotere dieren weet ik niet dus misschien verander ik mijn mening ooit nog: een koe of schaap lijkt mij toch echt pittig vanwege het hoge knuffelgehalte.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik geloof dat het leven cyclisch is: wat doodgaat komt weer terug. Misschien in een andere vorm, dat weet ik niet, maar de geest zal onderdeel zijn van het grotere bewustzijn. Of het klopt gaan we nog meemaken, maar dit geeft mij vertrouwen, hoop en rust. Niets gaat verloren: iedereen heeft het eeuwige leven, bij ‘God’. En lukt het je dit leven niet, dan wel weer in een ander leven. Het komt goed. 

Dus dood is niet eng, dood is nuttig en nodig en ik geloof dat alles wat leeft dit begrijpt, behalve de mens. En dat dus alleen een mens zo enorm tegenstribbelt tegen de dood en het niet kan accepteren. 

En wij vervolgens ons onbegrip over dood leven dood projecteren op alle andere levende wezens. En dat is in mijn ogen een principe wat veel mensen die op het platteland wonen wel begrijpen: ze maken de natuur en het cyclische al sinds ze kind zijn mee en zien dood leven dood voor wat het is en respecteren het principe. 

foto kuikentje
"Wenkie' een van onze eerste kuikens

6. Onze standaard is extreme luxe

Ik groeide op met het idee dat we het niet breed hadden. Toen we in Drenthe woonden en ons vaste inkomen wegviel en we geen woonzekerheid meer hadden (en hebben) ben ik daar heel anders naar gaan kijken. Een warm huis? Enorme luxe: echt. Altijd broodbeleg? Enorme luxe! Op vakantie gaan? Eeeeeenorme luxe! Nieuwe kleding kunnen kopen? Enorme luxe! Uiteten? Luxe! Spullen die kapot gaan vervangen door gloednieuw? Groenten en fruit buiten het seizoen kunnen kopen in een winkel? Ga nog maar even door. Als je een tijdje zonder al deze dingen leeft zie je pas hoe waanzinnig de overvloed aan troep is waar we nu mee leven. 

En ik denk niet dat je dit echt kan begrijpen als je niet zelf in armoede hebt geleefd. Ik had hier dus eerst heel veel weerstand op zitten: ik zei ook meerdere keren tegen Henk dat ik het echt niet begreep dat hij de omstandigheden waarin wij leefden op dat moment niet mensonterend vond: Henk zei “Ik heb nog nooit zoveel luxe gehad als sinds ik met jou woon”. Henk komt wel van het platteland 😉 Cultuurschok voor mij hoor.

En als je dit dus gewend bent, is het leven zoals ik eerst leefde, en zoals veel mensen in steden leven, waanzin. Wat moet je met een dure auto? Wat moet je met een keuken van 20.000? Wat moet je met al die luxe spullen? En de die hard ouderwetse boeren leven nog zo: leven van het land, geen spullen voor uiterlijke schijn, alleen het nodige: love it! Maar ook een beetje wennen want het is enorm anders.

Lisa klein

7. Arbeidsethos: mensen op het platteland werken KEIHARD

Ik ben schuldig: ik had een kantoorbaan en besefte niet helemaal hoe hard mensen met fysieke beroepen werken. Als kind liep ik kranten, maakte ik schoon en werkte ik in de horeca dus ik wist wel een beetje wat doorwerken onder mindere omstandigheden was maar wat ik mensen op het platteland en buiten zie doen, is echt bizar. En eigenlijk vind ik het steeds krommer worden dat mensen die een binnenbaan hebben meer verdienen dan mensen die dagelijks betalen met hun lichaam…

Neem Henk bijvoorbeeld: ook toen hij nog voor onze oude werkgever werkte, dacht ik soms echt ‘wow, die jongens buiten (ik zat bij dezelfde hovenier op kantoor) werken echt keihard terwijl ze minder betaald krijgen dan ons’ Niet allemaal, mind you, vooral de jongens met ouderwetse waarden en dus ook vrijwel alle jongens die op het platteland waren opgegroeid waren de echte harde werkers waar het bedrijf op bouwde.

En ik denk ook dat hier een enorme kloof zit: ik hoorde destijds van Henk dat veel mensen die buiten werken de mensen die op kantoor zitten zagen als ‘watjes’ (ik hou het netjes) en ik weet ook dat mensen die binnen zitten, mensen die buiten werken als “dom” zien. Maar dat is gewoon twee kanten op, helemaal niet eerlijk. Ergens vergt een kantoorbaan alsnog wel doorzettingsvermogen: 8 uur per dag met je reet op een stoel zitten is vrij onnatuurlijk, (8 a 10 uur de poten uit je lijf werken voor een ander zijn geld ook). En mijn vraag is altijd ‘wie is er nu echt dom?’: degene die niks met zijn handen kan bouwen of degene die niet snapt hoe je een powerpoint maakt? Valt voor beiden wat van te zeggen 😉 

Geitenwollensokken in klompen

Ondertussen wonen we nog steeds wel een soort van op het platteland dus ik ben nog niet uitgeleerd. Ik vind het zelf heel nuttig om deze twee totaal andere mentaliteiten te zien. Dat is soms ook heel lastig want ik zie het onbegrip. De enige oplossing die ik daarvoor heb is: mensen uit de stad kunnen een paar jaar meedraaien op een boerderij en andersom, als je niet begrijpt hoe iemand uit de stad aan zijn of haar opvattingen komt, je misschien maar eens een paar jaar in een flat in een drukke straat moet gaan wonen. Daar zou ik ook van doordraaien.

Zo kun je tussen de lijntjes door misschien ook wel lezen dat ik een lichte voorkeur heb. Maar tjah ik heet niet voor niets BrandnetelBoerin: de naam is juist bedoeld als brug tussen het ‘kruidenvrouwtje’ en ‘boerinnetje’ in mij. Ik draag dan ook graag geitenwollensokken in mijn klompen. 

Foto brandnetelboerin met groentepakket